Tot mijn voorkeursstukken hoort zeker deze spittende boerin van Vincent van Gogh. Hij liet haar voor hem poseren in de zomer van 1885 op het Brabantse land in Nuenen, samen met andere modellen aan de aardappeloogst. Wat ik vooral zo aandoenlijk vind aan deze studie, is Van Goghs observatie van de voeten van de vrouw: met een paar rake penseelstreken weet hij de suggestie op te roepen van kromgegroeide enkels in houten klompen.
Het verwachtingsvolle van dit beeld maakt het voor mij tot een topwerk van Leon Adriaans. De gele ruit symboliseert de binnenwereld. De vensters met het invallende licht staan voor de inspiratie. Adriaans noemde deze voorstelling zijn vertrekpunt. Hij schilderde het vaak op klein formaat om op gang te komen. Daarna kon hij uitvliegen en onbekende gebieden verkennen.